Alle berichten van gspakman

Eindejaar tips – 2017

In deze tips is zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen zijn echter nog niet definitief, omdat ze nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd. Daarnaast wordt ingegaan op de fiscale maatregelen, zoals aangekondigd in het Regeerakkoord van het Kabinet Rutte III. Ook deze plannen zijn nog niet goedgekeurd !

Einde jaar tips – 2017 Download

Wet ter voorkoming van Witwassen en het Financieren van Terrorisme (WWFT)

Vorige week een interessant lezing bijgewoond bij Koeleman Accountants door mr. L de Haan van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) over de WWFT
WWFT staat voor de Wet ter voorkoming van Witwassen en het Financieren van Terrorisme. Hierbij werd een nadere uiteenzetting gegeven over het toezicht  door het BFT op de naleving van de verplichtingen uit hoofde van de WWFT.

In de praktijk is namelijk gebleken dat accountants en administratiekantoren moeite hebben om hier op de juiste wijze mee om te gaan. Naast een theoretisch uiteenzetting werd een behoorlijk deel  van de lezing aangewend met praktijkvoorbeelden.

Je hebt dus blijkbaar als Administratiekantoor ook een meldingsplicht indien je een z.g. ongebruikelijke transactie waarneemt. Doe je dat niet dan riskeer je een boete.
Loonbelastingfraude, te hoge kassaldo’s, contante leningen, contante transacties
(> € 25.000,–) contante stortingen enz.

Het BFT houdt met name door het doen van onderzoeken, toezicht op het werk van notarissen, gerechtsdeurwaarders en enkele WWFT-plichtige beroepsgroepen, zoals accountants en administratiekantoren.

Als toezichthouder draagt het BFT bij aan de rechtszekerheid en de integriteit van het financiële stelsel in Nederland. Het BFT valt onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën en het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De toezichthouders bij het BFT zijn juristen en accountants.

Notarissen
Het BFT houdt op grond van de Wet op het notarisambt toezicht op de financiën van een notaris en op de kwaliteit en integriteit van notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen. Het BFT controleert bijvoorbeeld of de gelden van cliënten die aan een notaris zijn toevertrouwd, op een juiste wijze worden bewaard. Daarnaast controleert het BFT de financiële administratie van een notaris. Ook houdt het BFT toezicht op de kwaliteit van de werkzaamheden en op de integriteit van de notaris, toegevoegd notaris en kandidaat-notaris.

Gerechtsdeurwaarders
Het BFT houdt op grond van de Gerechtsdeurwaarderswet toezicht op het beheer van gelden die een gerechtsdeurwaarder van debiteuren heeft ontvangen. Daarnaast controleert het BFT de financiële administratie van een gerechtsdeurwaarder.

WWFT-plichtigen
Tot slot ziet het BFT toe op de naleving van de WWFT onder meer bij de vrije beroepsbeoefenaren (kandidaat-) notarissen, advocaten, belastingadviseurs en openbare accountants. De wet verplicht genoemde vrije beroepsbeoefenaren onder meer om op juiste wijze hun cliënten te identificeren. Het BFT controleert of dat goed gebeurt.

De toezichthouders van het BFT bezoeken notarissen, gerechtsdeurwaarders en WWFT-plichtigen afhankelijk van geconstateerde risico’s in de uitoefening van hun werk. Een toezichthouder gaat op grond daarvan een gesprek aan met de professional en controleert bijvoorbeeld interne procedures en dossiers.

Het BFT treedt waar nodig op als een partij zich niet aan de voor zijn beroep geldende wetten en regels houdt. Daartoe kan het BFT bijvoorbeeld een boete of dwangsom opleggen of een klacht indienen bij de bevoegde tuchtrechter.

Werkwijze
Het BFT is aangewezen  als één van toezichthouder op de naleving van de bepalingen ingevolge de anti-witwasregelgeving in Nederland: de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) (voorheen de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid) en Wet Melding ongebruikelijke transacties (Wet Mot)). Het BFT is belast met het toezicht op (kandidaat-) notarissen en toegevoegd notarissen, belastingadviseurs, registeraccountants, accountants-administratieconsulenten, dan wel degene die anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig daarmee vergelijkbare activiteiten verricht, zoals administratiekantoren, belastingadviseurs en bedrijfseconomische adviseurs.

Het toezicht van het BFT is gebaseerd op een driesporenbeleid:

  • het verhogen van de bewustwording rond wet- en regelgeving, (witwas-)risico’s en het belang van terrorisme- en witwasbestrijding (middels artikelen en presentaties);
  • de naleving van wet- en regelgeving bevorderen via beroepsorganisaties en –verenigingen al dan niet via peer-reviews (intercollegiale toetsing);
  • door middel van eigen reguliere en risicogerichte onderzoeken de naleving van wet- en  regelgeving door bovengenoemde professionals te toetsen

Toetsingskader
Voor het uitoefenen van het toezicht is het nodig dat het toetsingskader helder is. Het BFT is toezichthouder. De normen voor het toetsingskader worden met name bepaald door de wet- en regelgevers en de tuchtrechter.

De WWFT is naast algemene verplichtingen gebaseerd op twee belangrijke pijlers, namelijk: het cliëntenonderzoek en de meldingsplicht. Het begrip cliëntenonderzoek is ruimer dan het louter identificeren van de cliënt. Het gaat met name om:

  • Verificatie van de identiteitsgegevens van de cliënt;
  • Indien van toepassing, identificatie en verificatie van de uiteindelijk belanghebbende of UBO (‘ultimate beneficial owner’);
  • In kaart brengen van  de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt;
  • Vastlegging van risicobeleid, risicoprofielen, cliëntenacceptatie bij PEP’s;
  • Personeel moet op de hoogte zijn van wet- en regelgeving en inzicht verwerven in het herkennen van ongebruikelijke transacties;
  • (Voortdurende) monitoring van de zakelijke relatie gericht op het risicoprofiel van de cliënt en in voorkomend geval onderzoek naar de bron van het vermogen.

Het cliëntenonderzoek kan worden afgestemd op het risico dat een bepaalde cliënt, zakelijke relatie, product of transactie met zich meebrengt. Dit betekent in de praktijk meer aandacht voor situaties waarbij sprake is van een hoger risico op witwassen en/of terrorismefinanciering. In zogenaamde laag risico situaties – cliënt is bijvoorbeeld een beursgenoteerde onderneming of een 100% dochtermaatschappij daarvan – kan een vereenvoudigd cliëntenonderzoek plaatsvinden. In situaties die een hoog/hoger risico vormen, zoals bijvoorbeeld een PEP-cliënt of wanneer een cliënt fysiek niet aanwezig is voor identificatie, is verscherpt cliëntenonderzoek verplicht.

Van belang is verder dat onder het regime van de WWFT de onder toezicht gestelde instelling verplicht is tot het ontwikkelen van interne procedures en controles ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme alsmede zorg te dragen voor een adequate opleiding van haar werknemers.

Is het nodig om een zakelijke bankrekening af te sluiten ?

Een privérekening is tenslotte gratis. De bankrekening(en) die je gebruikt voor je bedrijf kunnen beter zakelijke rekening(en) zijn. Over het algemeen is een betaalde zakelijke rekening goedkoper dan een gratis privérekening. Wat zijn nu belangrijke redenen en afwegingen om toch een zakelijke rekening te openen:

Veel banken verbieden zakelijk gebruik van een privérekening
Dit staat in hun voorwaarden. Logisch ook, een privérekening is gratis. Het is niet de bedoeling dat je bovenop je privétransacties ook zakelijke transacties heen laat lopen. Als je zakelijk gebruik maakt van de betreffende bank, moet je meestal gewoon een zakelijke rekening openen waar je naast de maandelijkse kosten ook betaalt per transactie. Sommige banken staan zakelijk gebruik van een privérekening overigens wel toe.

Het geeft inzicht
Het hebben van een zakelijke bankrekening is fiscaal gezien niet verplicht. Maar de fiscus stelt wel als eis dat je boekhouding overzichtelijk en controleerbaar moet zijn. Wanneer je zakelijke- en privétransacties over één rekening laat lopen, dan raak je het spoor al snel (volledig) bijster. Je hebt dan totaal geen inzicht en overzicht meer en het kost je uiteindelijk veel tijd en dus geld om de boel weer uit te zoeken. Als je dit klusje overlaat aan je boekhouder kan het behoorlijk in de papieren lopen, want het uitzoeken van soms vele duizenden transacties kost veel tijd. Soms zeggen ondernemers dan: Ja, maar dan open ik toch een extra privérekening ? In theorie kan dat, maar ook dat pakt vaak duurder uit.
Als je bedrijf heel klein is, dan kun je er in theorie soms voor kiezen om je zakelijke transacties over je privé rekening te laten lopen, maar meestal start je een bedrijf met de intentie om er een zakelijk succes van te maken. Het aantal transacties neemt dan al snel toe. Omdat het hebben van een zakelijke rekening nu ook weer geen vermogen kost kan je beter gelijk goed te starten.

Een zakelijke bankrekening kun je koppelen aan je boekhoudprogramma
Dankzij een koppeling tussen je boekhouding en de bank, worden alle banktransacties dagelijks automatisch naar je boekhouding gestuurd. Daarmee voorkom je dat alle banktransacties stuk voor stuk overgetypt moeten worden in je boekhouding. Dat bespaart heel veel tijd en geld. Omdat boekhoudprogramma’s steeds moderner worden, worden transacties soms al automatisch herkend. Dat bespaart dus nog meer tijd en geld. Niet alle banken kunnen overigens met alle boekhoudprogramma’s gekoppeld worden. Dus wel even checken van te voren.

Een zakelijke bankrekening biedt heel veel belangrijke extra mogelijkheden
Als je werkt met een online winkelwagen, je wilt automatisch incasseren, je hebt een zakelijke creditcard nodig, je wilt lening afsluiten of je wilt klanten de mogelijkheid bieden om te pinnen; dan heb je een zakelijke rekening nodig. Al deze opties helpen je om je bedrijf verder te automatiseren, zodat je met meer gemak inkomen genereert.

Het staat professioneel om een bankrekening op naam van je bedrijf te hebben
Het oogt tot slot professioneler om een rekening op naam van je bedrijf te hebben. Klanten kunnen de factuur dan betalen aan het bedrijf en niet aan jou privé.

Wat zijn de regels rondom het nulurencontract?

Wanneer geef ik mijn personeel een nulurencontract?

Een medewerker in dienst nemen, zonder dat je een uren-afspraak met hem maakt. Dat kan met het nulurencontract. Wat houdt deze contractsoort precies in?

Nulurenovereenkomst (oproepovereenkomst)
In een nulurenovereenkomst spreek je af dat je werknemer alleen werkt als jij hem oproept of inroostert. Je werknemer heeft dus geen gegarandeerd loon. Er is geen (minimum) arbeidsduur, de werktijd kan in principe variëren van 0 tot 40 uur per week.

Voor een nulurenovereenkomst geldt:

  • De werknemer moet aan het werk als je hem oproept.
  • Je betaalt alleen loon voor daadwerkelijk gewerkte uren, met een minimum van drie uur. Als je een kracht voor maar één uur nodig hebt, moet je toch drie uur betalen.
  • Je kunt een werknemer na drie maanden niet ineens veel minder uren oproepen en uitbetalen als hij daar niet mee instemt. Een werknemer die regelmatig wordt opgeroepen, kan namelijk na drie maanden volgens de wet een beroep doen op een ‘rechtsvermoeden’ over de omvang van de arbeid en een arbeidsovereenkomst claimen van de gemiddelde arbeidsomvang van de afgelopen drie maanden. Kun je dat niet weerleggen, dan ben je verplicht het salaris te betalen over de gemiddelde arbeidsomvang van de afgelopen drie maanden.
  • Een nulurenovereenkomst kan voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn.

Ontslag, verlof en ziekte

Je kunt een werknemer met een nulurencontract weliswaar per opdracht inzetten, maar het is geen zelfstandige. Ook als je ze niet inzet, blijven deze werknemers bij je in dienst. Als je iemand niet meer nodig hebt, zul je deze persoon actief moeten ontslaan. Niet meer inroosteren heeft geen effect op het contract.

  • De status als werknemer zorgt er ook voor dat hij beschermd is tegen een verlies van inkomen bij ziekte.
  • Een werknemer die ziek wordt terwijl hij is ingeroosterd of wordt opgeroepen, heeft recht op minimaal 70 procent van het loon voor de afgesproken periode.
  • Je werknemer heeft recht op een vakantietoeslag van 8 procent van het bruto salaris. Meestal wordt dit direct in het loon verwerkt.
  • Je werknemer heeft naar rato van het aantal gewerkte dagen recht op betaalde vakantiedagen. In de praktijk betalen ondernemers bij een nulurenovereenkomst de vakantiedagen direct uit, verwerkt in het loon.

Regelgeving tijdelijke arbeidscontracten

Verder is in de regelgeving over tijdelijke arbeidscontracten relevant. Dit geldt voor alle tijdelijke arbeidscontracten, dus niet alleen voor nulurencontracten. Een tijdelijk contract gaat automatisch over in een vast dienstverband in de volgende situaties:

  • Na drie tijdelijke arbeidscontracten die telkens direct of binnen zes maanden na elkaar zijn afgesloten, is het vierde arbeidscontract automatisch een vast dienstverband.
  • Als tijdens het tweede of volgende contract de duur van 24 maanden wordt overschreden, verandert dit tijdelijke contract automatisch in een vast dienstverband. De periode tussen contracten mag maximaal zes maanden zijn.

Let op! Sinds 1 juli 2015 is deze ketenregling 24 maanden (in plaats van 36 maanden en zes maanden tussenpozen in plaats van drie maanden) door aanpassingen in het kader van de Wet Werk en Zekerheid, en per 1 januari gelden nog een aantal nieuwe regels voor tijdelijke contracten, die dus ook gelden voor nulurencontracten.

Coulancetermijn bij uitfasering pensioen in eigen beheer

Algemeen

Op 7 maart 2017 is het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen door de Eerste Kamer. 
Door deze wet is het vanaf 1 april 2017 voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) niet langer mogelijk om een fiscaal gunstig pensioen in eigen beheer op te bouwen. De wet biedt de mogelijkheid aan DGA’s om het opgebouwde pensioen af te stempelen en de aanspraak daarna af te kopen tegen fiscaal gunstige voorwaarden, ofwel om te zetten in een oudedagsvoorziening.

 De staatssecretaris van Financiën heeft een coulancetermijn in het leven geroepen waarbinnen DGA’s en het pensioenlichaam de tijd krijgen om voor 1 juli 2017 een aantal handelingen te verrichten om aan de wet te voldoen.

DGA moet in actie komen voor 1 juli 2017!

  1. Het in eigen beheer opgebouwde pensioen moet worden stopgezet en premievrij worden gemaakt.
  2. Het elders verzekerde deel van het opgebouwde pensioen desgewenst terughalen naar het eigenbeheerlichaam.
  3. De BV die de pensioentoezegging heeft gedaan, moet een vergadering van aandeelhouders houden waarin wordt besloten de pensioenopbouw in eigen beheer uiterlijk op 30 juni 2017 stop te zetten en waarin voorts wordt besloten tot aanpassing van de pensioenbrief waarin de pensioenaanspraken van de DGA zijn opgenomen. 
  4. De pensioenbrief aanpassen.

 Indien men deze handelingen niet uiterlijk op 30 juni 2017 heeft verricht zal dit alsnog leiden tot toepassing van artikel 19b van de wet Loonbelasting.

 Bij afkoop betekent dat een volledige belastbaarheid van de commerciële waarde van de tot dusver opgebouwde pensioenaanspraken (max. 52% inkomstenbelasting plus 20% revisierente).

 Als de DGA besluit tot afstempeling en afkoop of omzetting in 2017/2018/2019:
wat moet worden geregeld?

Afwaarderen van aanspraak
Om recht te hebben op de hoge korting van 34,5% op het te belasten bedrag in geval van afstempeling gevolgd door afkoop, moet uiterlijk op 31 december 2017 de afstempeling en afkoop hebben plaatsgevonden en voor 31 januari 2018 de vereiste informatie digitaal aan de Belastingdienst zijn verstrekt met toestemming van de (gewezen) partner(s).

 Voor het recht op de korting van 25% dient dit te zijn geëffectueerd op 31 december 2018 en voor het recht op de korting van 19,5% op 31 december 2019.

Afspraken maken met gewezen partner
De (gewezen) partner(s) en de (gewezen) DGA moeten afspraken maken over de financiële gevolgen van en de compensatie voor de afstempeling en afkoop dan wel omzetting welke afspraken ook gelden indien nadien de partners van elkaar willen scheiden. Dit is de verantwoordelijkheid van de betrokken partijen en hun adviseurs.

 Aanleveren van informatie aan Belastingdienst
Uiterlijk binnen een maand na de datum van afstempeling en afkoop of omzetting van de afgestempelde pensioenaanspraken moet de in het art. 12c Uitvoeringsbesluit LB gevraagde informatie aan de Belastingdienst zijn verstrekt. Deze informatie mag alleen worden verstrekt door het invullen van een op de website van de Belastingdienst beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier moet ook door elke (gewezen) partner van de (gewezen) DGA worden ondertekend. Tevens moet in het formulier worden aangegeven of er voor het geval van echtscheiding een afspraak is gemaakt met de (gewezen) partner over de verdeling van de aanspraken op de oudedagsverplichting indien de pensioenaanspraken na afstempeling daarin zijn omgezet.

Belasting over vermogen vanaf 2017

De regels voor het belasting van vermogen veranderen nogal vanaf 1 januari 2017. Tot en met 2016 rekende de Belastingdienst 4% rendement over uw belast vermogen. Het belast vermogen is het totaal van uw spaargeld/beleggingen minus eventuele schulden en verminderd met het heffingsvrij vermogen. Het rendement wordt voordeel uit sparen en beleggen genoemd. Over dat voordeel is 30% inkomstenbelasting verschuldigd.

Hoe wordt de berekening vanaf 2017?
Vanaf 2017 gaat de Belastingdienst uw vermogen via drie schijven belasten. De overheid gaat ervan uit dat u meer voordeel hebt naarmate uw grondslag sparen en beleggen hoger is. Bijvoorbeeld omdat u beleggingen hebt. Bij iedere volgende schijf gebruikt de Belastingdienst daarom een hoger percentage om uw voordeel te berekenen. Over dit voordeel betaalt u 30% inkomstenbelasting.

Schijf Grondslag Percentage 1,63 Percentage 5,5
1 t/m € 75.000 67% 33%
2 € 75.000 t/m € 975.000 21% 79%
3 Vanaf € 975.001 0% 100%

Het heffingsvrij vermogen is in 2017 €25.000,- per persoon.

Hoe werken deze schijven nu?
De Belastingdienst maakt onderscheid tussen vermogen met een laag rendement en een hoog rendement. Daarom wordt uw vermogen gesplitst in twee delen. 67% wordt als ‘spaardeel’ gezien, waarvoor een fictief rendement van 1,63% geldt. De andere 33% wordt als ‘beleggingsdeel’ gezien, dat fictief 5,5% opbrengst heeft. Komt het vermogen boven €75.000, dan is het spaardeel 21% en het beleggingsdeel 79%. Boven €975.000,- wordt het vermogen geheel als beleggingsdeel beschouwd.

Wat betekent dat voor u?
In het algemeen is de wijziging gunstig voor kleine spaarders. Zij gaan minder belasting over hun vermogen betalen. Mensen met een groter vermogen gaan juist meer betalen.

Voorbeeld 1

U bent alleenstaand en hebt €70.000,- spaargeld en/of beleggingen.

Belasting in 2016:

  • Vermogen: €70.000,-
  • Heffingsvrij vermogen: €24.437,-
  • Belast vermogen: €45.563,-
  • Fictief rendement 4% van €45.563 = €1.822,-
  • Inkomstenbelasting: 30% van €1.822 = €546,-

Belasting in 2017:

  • Vermogen: €70.000
  • Heffingsvrij vermogen: €25.000
  • Belast vermogen: €45.000
  • ‘spaardeel’ is 67% van €45.000 = €30.150
  • Fictief rendement: 1,63% van €30.150 = €491,-
  • ‘beleggingsdeel’ is 33% van €45.000 = €14.850
  • Fictief rendement: 5,5% van €14.850 = €816,-
  • Voordeel uit sparen en beleggen: €1.307,-
  • Inkomstenbelasting: 30% van €1.307 = €392,-

Voorbeeld 2

U hebt een fiscaal partner en u hebt gezamenlijk €70.000,- spaargeld en/of beleggingen.

Belasting in 2016:

  • Vermogen: €70.000,-
  • Heffingsvrij vermogen: €48.874,-
  • Belast vermogen €21.126,-
  • Fictief rendement 4% van €21.126 = €845,-
  • Inkomstenbelasting: 30% van €845,- = €253,-

Belasting in 2017:

  • Vermogen: €70.000
  • Heffingsvrij vermogen €50.000
  • Belast vermogen: €20.000
  • ‘spaardeel’ is 67% van € 20.000 = €13.400
  • Fictief rendement: 1,63% van €13.400 = €218,-
  • ‘beleggingsdeel’ is 33% van €20.000 = €6.600
  • Fictief rendement: 5,5% van € 6.600 = €363,-
  • Voordeel uit sparen en beleggen: €581,-
  • Inkomstenbelasting: 30% van € 581 = €174,-

Zakelijk lunchen, hoe zit het met de btw en kosten?

Als zzp’ers gaan lunchen of een terrasje pakken, wordt vaak ten onrechte de btw teruggevraagd en worden de kosten verkeerd in de administratie geboekt. Aan het eind van het jaar worden ze dan vervolgens door de boekhouder op de vingers getikt.

Wanneer zijn kosten zakelijk?
Zakelijke kosten zijn kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van je bedrijf of kosten die rechtstreeks op je bedrijf betrekking hebben. Bij het beslissen of iets zakelijk is of niet, is het belangrijk dat aannemelijk gemaakt kan worden dat de kosten zijn gemaakt in het belang van je bedrijf. Als je bijvoorbeeld gaat lunchen met een zakenpartner, een (potentiële) klant of een leverancier dan is dit vaak duidelijk zakelijk.

Hoe zit het boekhoudkundig?
De boekhoudkundige verantwoording van een zakenlunch (representatiekosten) bestaat eigenlijk uit twee delen. Het ene deel gaat over de btw en het andere deel gaat over of je de gemaakte uitgaven mag opvoeren als kosten in je winst- en verliesrekening. Om het overzichtelijk te houden zullen we beide onderwerpen hieronder apart behandelen.

Hoe zit het met de btw?
Normaliter mag je btw over zakelijk gemaakte kosten terugvorderen als voorbelasting. In het geval van zakenlunches is de regelgeving net iets anders. Of je de btw mag terugvorderen is afhankelijk van de locatie. Waar nuttig je de lunch?

Lunch op kantoor
Haal je de lunch in een horecagelegenheid en nuttig je deze lunch op kantoor, dan mag je de btw wel terugvorderen van de Belastingdienst.

Lunch buiten kantoor
Lunch en nuttig je in een horecagelegenheid dan mag je de btw niet terugvorderen van de Belastingdienst.

Hoe zit het met de kosten?
In de regel is het zo dat je alle kosten die je bedrijfsmatig maakt, volledig mag aftrekken van de winst. Ondernemers doen dit graag, een lagere winst betekend immers minder belasting betalen. Zakenlunches vallen onder representatiekosten net als het gebruik van genotsmiddelen, het bezoek aan congressen, seminars en studiereizen. Voor representatiekosten (zakenlunches) gelden andere regels dan voor ‘gewone’ bedrijfskosten.

Methode 1: beperkte aftrek en geen drempelbedrag
Bij deze variant mag je 73,5% van de uitgaven opvoeren als kosten voor je bedrijf. 73,5% van de uitgaven mag je dus als kosten boeken in je winst- en verliesrekening. Het restant van de uitgaven (26,5%) mag niet opgevoerd worden als kosten.
Methode 2: drempelbedrag maar daarna volledige aftrek
Tot de drempel van € 4.500,- zijn kosten voor lunches niet aftrekbaar. Haal je deze drempel wel dan mag je over het meerdere 100% van de uitgaven als kosten boeken in je winst- en verliesrekening.
Deze methode  is voor het merendeel van de zzp’ers niet aantrekkelijk. De drempel is simpelweg te hoog, het omslagpunt ligt op ca. *€17.000,– aan kosten. Ieder jaar mag je opnieuw kiezen welke methode je wilt toepassen.

Hoe verwerk ik een zakenlunch in mijn administratie?
De meeste zpp’ers gebruiken dus methode één: ‘beperkte aftrek’. Er zijn drie manieren om de beperkte aftrek te verwerken in je administratie.

Methode 1: elke uitgave handmatig corrigeren
Hierbij splits je elke uitgave (lunch) apart uit. Dit is de meest bewerkelijke methode maar boekhoudkundig gezien wel de meest nette manier van boeken.Stel je luncht voor € 10,- je boekt dan € 7,35 als kosten en € 2,65 privé.

Methode 2: het totaal één keer handmatig corrigeren
Stel je hebt in 2016 vijf keer geluncht voor € 20,-. Het totaal aan zakenlunches komt daarmee uit op € 100,- je boekt dan aan het eind van het jaar één keer € 73,50 als kosten en € 26,50 privé.

Methode 3: geautomatiseerd uitsplitsen en boeken
Er zijn nog weinig boekhoudprogramma’s die uitsplitsing per uitgave geautomatiseerd aanbieden. (verhouding 73,5% kosten / 26,5% privé). De meest efficiënte manier van boeken. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld Acumulus en MoneyMonk.

*€4500 / (100% – 73,5% = 26,5%) = €16981,14

Bron: ZZP Barometer

Indien je krap bij kas zit, is een nihil- of onjuiste btw-aangifte geen oplossing.

Bewust een lage(re) omzet in uw btw-aangifte zetten of onterecht een nihil-aangifte btw doen is een misdrijf waar zware straffen opstaan. De Belastingdienst gaat hier in 2016 scherper op toezien en controleren of btw binnen een boekjaar in het juiste tijdvak wordt aangegeven. Aanleiding is de invoering van nieuwe automatiseringssystemen met betrekking tot de controle van de btw-aangifte en het verschuiven van omzet. Wat zijn de aandachtspunten bij het opstellen en indienen van juiste btw-aangiften?

Stel u heeft weinig geld en wilt daarom over een kwartaal een nihil-aangifte of te lage
btw-aangifte doen. Dan betaalt u de btw over dat kwartaal er het volgende kwartaal wel bij en zo betaalt u per saldo genoeg aan de Belastingdienst. Prima toch? Uw adviseur zal dit echter sterk afraden en weigert de nihil-aangifte btw voor u in te dienen. Wat is de reden?

U bent verplicht om iedere maand of kwartaal de aangifte omzetbelasting, ook wel aangifte btw genoemd, in te (laten) dienen. Ook als u tekort geld heeft om de verschuldigde btw over de betreffende periode tijdig te betalen, omdat uw klanten uw facturen niet of te laat betalen. Heel herkenbaar voor de meeste ondernemers.

Lees verder Indien je krap bij kas zit, is een nihil- of onjuiste btw-aangifte geen oplossing.