Categorie archief: Pensioen

Coulancetermijn bij uitfasering pensioen in eigen beheer

Algemeen

Op 7 maart 2017 is het wetsvoorstel Uitfasering pensioen in eigen beheer aangenomen door de Eerste Kamer. 
Door deze wet is het vanaf 1 april 2017 voor een directeur-grootaandeelhouder (DGA) niet langer mogelijk om een fiscaal gunstig pensioen in eigen beheer op te bouwen. De wet biedt de mogelijkheid aan DGA’s om het opgebouwde pensioen af te stempelen en de aanspraak daarna af te kopen tegen fiscaal gunstige voorwaarden, ofwel om te zetten in een oudedagsvoorziening.

 De staatssecretaris van Financiën heeft een coulancetermijn in het leven geroepen waarbinnen DGA’s en het pensioenlichaam de tijd krijgen om voor 1 juli 2017 een aantal handelingen te verrichten om aan de wet te voldoen.

DGA moet in actie komen voor 1 juli 2017!

  1. Het in eigen beheer opgebouwde pensioen moet worden stopgezet en premievrij worden gemaakt.
  2. Het elders verzekerde deel van het opgebouwde pensioen desgewenst terughalen naar het eigenbeheerlichaam.
  3. De BV die de pensioentoezegging heeft gedaan, moet een vergadering van aandeelhouders houden waarin wordt besloten de pensioenopbouw in eigen beheer uiterlijk op 30 juni 2017 stop te zetten en waarin voorts wordt besloten tot aanpassing van de pensioenbrief waarin de pensioenaanspraken van de DGA zijn opgenomen. 
  4. De pensioenbrief aanpassen.

 Indien men deze handelingen niet uiterlijk op 30 juni 2017 heeft verricht zal dit alsnog leiden tot toepassing van artikel 19b van de wet Loonbelasting.

 Bij afkoop betekent dat een volledige belastbaarheid van de commerciële waarde van de tot dusver opgebouwde pensioenaanspraken (max. 52% inkomstenbelasting plus 20% revisierente).

 Als de DGA besluit tot afstempeling en afkoop of omzetting in 2017/2018/2019:
wat moet worden geregeld?

Afwaarderen van aanspraak
Om recht te hebben op de hoge korting van 34,5% op het te belasten bedrag in geval van afstempeling gevolgd door afkoop, moet uiterlijk op 31 december 2017 de afstempeling en afkoop hebben plaatsgevonden en voor 31 januari 2018 de vereiste informatie digitaal aan de Belastingdienst zijn verstrekt met toestemming van de (gewezen) partner(s).

 Voor het recht op de korting van 25% dient dit te zijn geëffectueerd op 31 december 2018 en voor het recht op de korting van 19,5% op 31 december 2019.

Afspraken maken met gewezen partner
De (gewezen) partner(s) en de (gewezen) DGA moeten afspraken maken over de financiële gevolgen van en de compensatie voor de afstempeling en afkoop dan wel omzetting welke afspraken ook gelden indien nadien de partners van elkaar willen scheiden. Dit is de verantwoordelijkheid van de betrokken partijen en hun adviseurs.

 Aanleveren van informatie aan Belastingdienst
Uiterlijk binnen een maand na de datum van afstempeling en afkoop of omzetting van de afgestempelde pensioenaanspraken moet de in het art. 12c Uitvoeringsbesluit LB gevraagde informatie aan de Belastingdienst zijn verstrekt. Deze informatie mag alleen worden verstrekt door het invullen van een op de website van de Belastingdienst beschikbaar gesteld formulier. Dit formulier moet ook door elke (gewezen) partner van de (gewezen) DGA worden ondertekend. Tevens moet in het formulier worden aangegeven of er voor het geval van echtscheiding een afspraak is gemaakt met de (gewezen) partner over de verdeling van de aanspraken op de oudedagsverplichting indien de pensioenaanspraken na afstempeling daarin zijn omgezet.

Oudedagsreserve

Fiscale oudedagsreserveDe oudedagsreserve (OR), ook wel fiscale oudedagsreserve (FOR) genoemd, is een fiscale faciliteit voor ondernemers met een eenmanszaak, vof of maatschap om te sparen voor de oude dag. Als zzp’er met een eenmanszaak bouw je namelijk geen pensioen op zoals je dat in loondienst of als directeur-grootaandeelhouder wel kunt doen. Je mag gebruikmaken van de oudedagsreserve als je een eenmanszaak, vof of maatschap hebt en je voldoet aan het urencriterium. In 2014  mag je 10,9% van de winst aftrekken, met een maximum van ruim € 9.542,– Over dit deel hoef je in het betreffende jaar geen belasting te betalen.

Het bedrag dat je aan de oudedagsreserve toevoegt, komt aan de passivazijde op de balans te staan. De oudedagsreserve kan nooit meer bedragen dan het ondernemingsvermogen van je bedrijf. Het idee is dat je met de opgebouwde oudedagsreserve pensioen aankoopt. Wanneer je 67 wordt, of eerder wanneer je je onderneming staakt, moet je fiscaal afrekenen over de opgebouwde oudedagsreserve. Door het opbouwen van de oudedagsreserve stel je het betalen van belastingen dus uit. Dit kan op twee manieren voordelig zijn. Ten eerste kun je het uitgespaarde belastinggeld gebruiken voor een ander doel, zoals sparen of investeren. Ten tweede zijn de belastingtarieven vanaf je 67e waarschijnlijk lager en heb je dus per saldo mogelijk een belastingvoordeel.

Maar met het toevoegen aan de oudedagsreserve heb je nog geen oudedagsvoorziening opgebouwd. Wanneer je het bedrag dat je aan de oudedagsreserve hebt toegevoegd apart zet, bijvoorbeeld op een spaarrekening of in een polis, kan dit uiteraard wel een onderdeel van je oudedagsvoorziening worden. Een alternatief is om de opgebouwde oudedagsreserve om te zetten in een lijfrenteverzekering. Op het moment dat je dit doet, valt de opgebouwde oudedagsreserve vrij ten gunste van de winst en wordt het vrijgevallen bedrag voor de fiscus weer opgeteld bij je belastbare inkomen. Maar aangezien je de premies/koopsom voor een lijfrenteverzekering mag aftrekken van je inkomen, betaal je per saldo niet méér belasting.

Zowel het doteren aan de OR als de aftrek lijfrente is gebonden aan een maximum. De ruimte voor de aftrek lijfrentepremies wordt beïnvloed door dotatie aan de OR. Wat in jouw situatie de beste keuze is, kun je het best bespreken met een expert. Kortom, de oudedagsreserve is een fiscale faciliteit die vaak wordt gebruikt om vooral zodra je onderneming winst gaat maken de belastingdruk te verlagen, maar waar je wel verantwoord mee moet omgaan, om te voorkomen dat je later belasting moet betalen over geld dat je niet hebt.

Bij het beëindigen van de onderneming of wanneer u als zzp’er met pensioen gaat, moet u het totale bedrag dat u heeft afgeschreven naar de oudedagsreserve gebruiken om een lijfrente te kopen, waarvan de uitkering wordt belast in Box 1. Maar dan moet u natuurlijk wel over voldoende liquiditeit beschikken. En of u nu geld heeft of niet, ooit zult u de fiscus moeten betalen

Als u verandert van eenmanszaak naar een BV dient er in principe te worden afgerekend. Het is ook mogelijk om de fiscale oudedagsreserve om te zetten in een recht op lijfrente-uitkering door de BV. In dat geval hoeft er niet direct worden afgerekend. Echter één van de voorwaarden voor het overbrengen van de OR naar de BV is dat de lijfrente niet mag leiden tot een schuld van de inbrenger aan de BV. Daar dient de inbrenger dus een (liquide) betaling te verrichten aan de BV om zijn OR daar onder te brengen. Dat geld mag na de oprichting van de BV niet direct worden doorgeschoven naar andere posten. In vaktermen noemt men dit een ‘rondje kasgeld’.

 

Verplicht pensioen voor ZZP’ers ?

Het is volgens Autoriteit Financiële Markten (AFM) niet eerlijk dat mensen in loondienst verplicht pensioenpremies moeten afdragen, terwijl zzp’ers dit zelf mogen bepalen. De zelfstandigen zouden daarom ook verplicht pensioen moeten gaan opbouwen.

Dit geeft de AFM aan in een ‘pensioenvisie’ die dinsdag gepubliceerd is. Onderdeel van de visie is dat werknemers er juist voor kunnen kiezen om minder pensioenpremie af te dragen dan dat zij nu doen.

De AFM is de onafhankelijke financiële toezichthouder op het gebied van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. De toezichthouder geeft aan dat het belangrijk is dat de pensioenopbouw voor werknemers verplicht is, omdat de meeste mensen pas te laat gaan nadenken over hun eigen pensioen. ‘Zij hebben gebrek aan tijd en motivatie om financieel te plannen voor de oude dag en hebben grote moeite met het begrijpen van risico’s’, aldus de AFM. Het gevolg is dat zij flink in inkomen dalen als zij met pensioen gaan.

Dit uitstelgedrag is goed zichtbaar bij zzp’ers. Het merendeel van de bijna 1 miljoen zzp’ers in ons land bouwt geen pensioen op. De AFM vindt daarom dat zij daartoe verplicht moeten worden. Daarnaast ziet de AFM het verschil tussen zzp’ers en werknemers graag kleiner worden. Als zzp’ers verplicht moeten gaan afdragen voor hun pensioen, zullen zij dit doorberekenen in hun tarieven, waardoor de concurrentie eerlijker zou worden.

 

Uw pensioen is een zorg voor nu, niet voor later

Ondernemers en managers worden steeds meer gedwongen goed na te denken over hun pensioen. Pensioenfondsen korten de uitkeringen en verantwoordelijkheden komen steeds meer bij de deelnemers te liggen.
Het nu uitstippelen van een pensioenplan voor later is daarom een goed idee. De pensioenmaterie is natuurlijk continue aan verandering onderhevig, maar een stevige basis helpt enorm.
Lees daarom hier een handleiding, met aan het eind een aantal handige links, waarbij het niet uitmaakt of u nu ondernemer of manager bent.

Wetsvoorstellen Witteveen 2015

De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met de wetsvoorstellen ‘Witteveen 2015’. Deze wetsvoorstellen beperken de pensioenopbouw verder vanaf januari 2015. Dit zijn de hoofdlijnen van het wetsvoorstel:

Het pensioen ambitieniveau wordt verlaagd. In 40 jaar dient er een pensioen opgebouwd te worden van 75% van het gemiddelde inkomen.

Voor iedereen met een middelloonregeling wordt het maximum opbouwpercentage per dienstjaar 1,875% (nu 2,15%). Voor iedereen met een eindloonregeling wordt dit 1,657% (nu 1,90%). De maximumopbouw voor het partner- en het wezenpensioen wordt eveneens verlaagd.
Lees verder Wetsvoorstellen Witteveen 2015